VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Beleggers steken miljarden in bedrijven die AI-rekenkracht verhuren. De grote vraag is hoe lang de peperdure AI-chips geld blijven opleveren. Opvallend genoeg geven CoreWeave en Nebius, de twee beursgenoteerde AI-verhuurders, daar via hun afschrijvingstermijnen een ander antwoord op. Dat verschil lijkt technisch, maar weegt zwaar op de winst die CoreWeave rapporteert.

De AI-hype heeft een nieuwe categorie beursbedrijven voortgebracht. Niet alleen chipmaker Nvidia en AI-ontwikkelaars als OpenAI en Anthropic profiteren van de investeringsgolf. Ook bedrijven die AI-rekenkracht verhuren, zijn in korte tijd tientallen miljarden dollars waard geworden op de beurs.

Het Amerikaanse CoreWeave is daarvan het bekendste voorbeeld. Maar ook Nebius, ontstaan na de afsplitsing van Yandex, is beursgenoteerd. Daarnaast groeit in hoog tempo een groep niet-beursgenoteerde spelers, zoals Lambda, Crusoe en Nscale.

Het verdienmodel van een partij als CoreWeave is op papier vrij eenvoudig. Het bedrijf investeert miljarden in AI-chips en verhuurt de bijbehorende rekencapaciteit via meerjarige contracten. De omzet groeit hard en verdubbelde in de eerste drie maanden van dit jaar zelfs. Toch blijft er operationeel nauwelijks winst over.

Volgens financieel directeur Nitin Agrawal moeten beleggers door die lage winst heen kijken. CoreWeave groeit zo hard dat nieuwe datacenters en chipinstallaties eerst forse opstartkosten met zich meebrengen, terwijl de bijbehorende omzet pas na een paar maanden volledig zichtbaar wordt. Zodra die tijdelijke kosten wegvallen, zou op lopende contracten een brutomarge van ongeveer 25 procent zichtbaar moeten worden.

Daarmee schetst CoreWeave een aantrekkelijk beeld voor beleggers. Maar dat verhaal staat of valt met één aanname: de economische levensduur van de AI-chips. En juist daarvan weet niemand zeker hoe lang die werkelijk is.

CoreWeave en Nebius rekenen anders
Dat blijkt ook uit de jaarrekeningen van CoreWeave en concurrent Nebius. Beide partijen werken met een vrijwel identiek verhuurmodel van rekenkracht, maar hanteren verschillende afschrijvingstermijnen voor hun chips.

CoreWeave schrijft zijn AI-chips in zes jaar af. Nebius schreef tot en met vorig jaar nog af in vier jaar en schuift vanaf dit jaar op naar vijf jaar. Dat verschil van één tot twee jaar lijkt klein, maar bepaalt voor miljarden dollars aan investeringen hoeveel winst vandaag wordt gerapporteerd.

Want CoreWeave heeft inmiddels ruim 30 miljard dollar aan rekenchips en serverapparatuur op de balans staan die al in gebruik zijn voor lopende contracten. Met de verhuur van die capaciteit verwacht het concern in het tweede kwartaal ongeveer 2,5 miljard dollar omzet te realiseren.

Volgens CFO Agrawal gaat ongeveer een kwart van die omzet op aan directe kosten, zoals datacenterhuur, elektriciteit en onderhoudspersoneel. Bij een afschrijvingstermijn van zes jaar gaat vervolgens nog eens ongeveer de helft van de omzet op aan afschrijvingen op chips. Dan blijft onderaan de streep inderdaad een brutomarge van 25 procent over.

Maar wie de afschrijvingstermijn op vier of vijf jaar zet, meer in lijn met de aannames van Nebius, ziet die marge snel verdampen. Bij een periode van vier jaar lopen de afschrijvingskosten zelfs zo hard op dat er nauwelijks brutomarge overblijft. En dan moeten de overige bedrijfskosten en rentelasten nog worden betaald.

Wat gebeurt er als CoreWeave dezelfde afschrijving gebruikt als Nebius?

  Afschrijvingstermijn chips
  4 jaar 5 jaar 6 jaar
Verwachte omzet - Q2 2026  $ 2,5  $ 2,5  $ 2,5
Directe kosten (huur, energie etc.)  $ -0,6  $ -0,6  $ -0,6
Marge vóór afschrijvingen  $ 1,9  $ 1,9  $ 1,9
als % van de omzet 75% 75% 75%
       
Afschrijvingskosten  $ -1,8  $ -1,5  $ -1,2
Brutomarge ná afschrijvingen  $ 0,1  $ 0,4  $ 0,6
       
als % van de omzet 3% 16% 25%

Bron: publicaties CoreWeave en berekeningen VEB. Bedragen in miljarden dollars. Bedragen zijn afgerond, waardoor afrondingsverschillen kunnen optreden.

Boekhouding versus economische werkelijkheid
Dat betekent niet dat een kortere afschrijvingsperiode de juiste is. CoreWeave wijst onder meer op de nieuwe meerjarige contracten die het concern afsluit, met gemiddelde looptijden van vijf tot zes jaar.

Zolang die contracten tegen vaste verhuurprijzen worden uitgediend, is een afschrijvingstermijn van zes jaar verdedigbaar. Maar daar zit wel spanning. CoreWeave leunt namelijk zwaar op grote klanten als Microsoft en Meta.

Microsoft was afgelopen jaar zelfs goed voor circa twee derde van de jaaromzet van CoreWeave. Tegelijkertijd is Microsoft, dat volop investeert in eigen Azure-datacenters, ook een directe concurrent.

Met Meta sloot CoreWeave recent een verhuurcontract met een totale waarde van ruim 20 miljard dollar, maar ook Meta bouwt zelf voor honderden miljarden dollars aan AI-datacenters. Daar komt bij dat Meta naar verluidt overweegt om overtollige AI-rekencapaciteit via een eigen clouddienst te verkopen, waardoor het op termijn ook een directe concurrent van CoreWeave kan worden.

Dat maakt de onderhandelingspositie van CoreWeave kwetsbaar. Zeker als er de komende jaren meer AI-capaciteit beschikbaar komt en de vraag naar rekenkracht minder hard groeit dan beleggers nu verwachten. Dan kunnen ook de spotprijzen voor chipverhuur onder druk komen te staan. 

De vraag is dus niet alleen of CoreWeave de afschrijvingstermijn boekhoudkundig kan onderbouwen. De echte test volgt in de markt: blijven de huidige AI-chips lang genoeg schaars en gewild om zes jaar lang aantrekkelijke verhuurprijzen te rechtvaardigen?

Tot die tijd moeten beleggers voorzichtig zijn met de gerapporteerde winstgevendheid. Bij CoreWeave kan de afstand tussen boekhoudkundige winst en economische realiteit op termijn weleens groot uitpakken.